Participatiewet

Een rode draad in het arbeidsmarktbeleid van dit kabinet is om zoveel mogelijk mensen aan het werk te krijgen en te houden. Zo zijn er stimuleringsmaatregelen voor het aannemen van langdurig werklozen en is het voor werkgevers aantrekkelijker geworden om AOW’ers in dienst te nemen. Daarnaast is er als onderdeel van de participatiewet een landelijke banenafspraak tussen overheid, werkgevers en werknemers gemaakt.

De participatiewet heeft als doel om de arbeidsparticipatie te vergroten. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de re-integratie van mensen die nog kunnen werken, maar daarbij wel ondersteuning nodig hebben. Zij beoordelen of mensen met een arbeidshandicap geschikt zijn voor een reguliere baan. Is dit niet het geval, dan kunnen zij in aanmerking komen voor een loonkostensubsidie of eventueel een uitkering op basis van de Participatiewet.

De Participatiewet bevat een banenafspraak; dat is een vrijwillige afspraak tussen de overheid, werkgevers en werknemers die inhoudt dat er tot 2026 in totaal 125.000 extra banen beschikbaar komen voor mensen die vanwege een arbeidsbeperking niet in staat zijn om het wettelijk minimumloon te verdienen. De marktsector moet hiervan 100.000 banen creëren, de overheid 25.000. Het gaat hierbij om een landelijke afspraak waaraan alle werkgevers meedoen.

Stimuleringsmaatregelen

Het UWV en de gemeenten hebben verschillende stimuleringsmaatregelen beschikbaar om werkgevers hierbij te ondersteunen, onder andere:

  • loonkostensubsidies: Werkgevers betalen werknemers met een arbeidsbeperking het wettelijk minimumloon of het cao-loon. Volgens de Participatiewet compenseert de gemeente vervolgens de verminderde productiviteit van de werknemer door middel van een loonkostensubsidie. De hoogte van deze subsidie hangt af van de loonwaarde van de werknemer;
  • proefplaatsingen: als een werknemer die een uitkering heeft bij een nieuwe werkgever aan de slag kan, maar een van beiden twijfelt aan de kans van slagen, is proefplaatsing mogelijk. Dit kan worden aangevraagd bij het UWV. Een proefplaatsing kan maximaal zes maanden duren. Gedurende deze tijd behoudt de werknemer zijn uitkering en de nieuwe werkgever hoeft nog geen loon te betalen.
  • als gemeenten aansluiten bij het protocol voor een jobcoach van het UWV, wordt per organisatie één jobcoach aangesteld voor arbeidsgehandicapte werknemers die afkomstig zijn van gemeenten en UWV.

Meer weten over dit onderwerp? Vraag gratis Het Rode Boekje aan